Parasieten
De twee meest voorkomende parasitaire infecties betreffen Dientamoeba Fragilis en Blastocystis hominis. Een groot deel van de mensen met darmklachten is besmet met deze eencellige parasieten. Met behulp van DNA analyses kunnen darmparasieten met zekerheid worden aangetoond. Aangezien een parasitaire belasting alleen heeft kunnen ontstaan in een daartoe ontvankelijk darm milieu, is het altijd zinvol om ook de Basistest Darmen aan te vragen bij onbegrepen buikklachten. Ze zijn zeer besmettelijk: dus hygiënische maatregelen moeten nauwkeurig in acht worden genomen.
Test op de veelvoorkomende buikklachten veroorzakende parasieten: B Hominis en D fragilis. + gastro intestinaal panel
Kruiden tabletten kuur voor de darmen tegen parasieten, schimnmels en gisten met onder andere oregano extract, artemisia, zwarte walnoot en pau d'arco.
Dientamoeba Fragilis
Klachten die deze parasiet veroorzaakt zijn:
• Darmklachten zoals buikpijn,
• Opgezette buik en soms winderigheid
• Misselijkheid
• Dunne ontlasting
• Moeheid
Soms: Haaruitval, huid of gewrichtsklachten, koorts, darmontstekingen, mentale symptomen
Kinderen hebben vaker last van deze parasiet en hebben naast buikpijn ook regelmatig eczeem en huidklachten. Ook plekjes rond de liesstreek kunnen een teken van infectie zijn.
Bij volwassenen staan buikklachten en diarree lang niet altijd voorop: zij zijn vaak vermoeid. Na behandeling keert de energie snel terug!
Infectie is te herkennen doordat de ontlasting wisselend van structuur is, wanneer om de 4 tot 10 dagen normaal gevormde ontlasting wordt afgewisseld met een brij, is de kans groot dat er parasieten in de darm zijn. Uitzonderingen bevestigen de regel.. er zijn ook mensen met obstipatie die last hebben van ene parasitaire infectie. Echter zoals al eerder aangegeven: het kan ook zonder noemenswaardige symptomen verlopen. In dat geval moet zorgvuldig afgewogen worden, of behandeling zinvol is. Meestal heeft het dan de voorkeur om het (basis) darm milieu te ondersteunen en in balans te brengen.
Blastocystis hominis
Een derde van de besmette mensen heeft symptomen. Wanneer besmetting klachten veroorzaakt, uiten deze zich meestal in:
• een enorm opgezette buik
• wisselende ontlasting
Andere veel voorkomende klachten zijn:
• misselijkheid
• jeuk – de jeuk ontstaat door een allergische reactie op de parasiet.
• Ook kan vermoeidheid, diarree, buikpijn, slapeloosheid, mentale symptomen en zelfs koorts voorkomen.
Blastocysten vormen net als andere eencellige darmparasieten fermentatieproducten die bijdragen tot het opzetten van de buik en vermoeidheid. Blastocystis hominis kan ontstekingen bevorderen (door pro-infectie cytokinen zoals interleukine-85 te produceren)
Risicofactoren parasitaire besmetting
• Werk: de verpleging, verzorging, psychiatrie, medisch laboratorium, peuterspeelzaal, luchthaven of haven, asielzoekers instantie, afvalverwerking, vleesindustrie, als loodgieter, slager
• frequent contact met dieren
• gezinsleden/partner darmklachten
• (kleine) kinderen buikklachten
• homoseksuele contacten (man)
• ontwikkelingslanden bezocht
• klachten tijdens/na tropenbezoek
• diarree na zwemmen
• ooit acute diarree tijdens vakantie
• ooit acute diarree verkeerd voedsel
• ooit darmparasieten gehad
Overige veel voorkomende parasitaire infecties
Betreffen: Giardia lamblia, Entamoeba histolitica, Cryptosporidium spp en Cyclospora cayetanensis. Déze parasieten geven in de regel veel heviger klachten: zoals zeer veelvuldig diarree, buikpijn, bloed en of slijm bij de ontlasting.
Subtypering Blastocystis Hominis
B.hominis is een veelvoorkomende intestinale protozoaire parasiet die wereldwijd in zowel gezonde individuen als patiënten met darmklachten wordt aangetroffen. Sommige subtypes (ST’s) geven klachten zoals diarree, buikpijn en een opgeblazen gevoel. Daarom kan subtypebepaling bijdragen aan de interpretatie en behandeling. Niet elk subtype lijkt even ziekteverwekkend, en sommige, zoals ST3, kunnen zelfs een rol spelen in een gezonde darmflora. Daarentegen wordt ST4 vaker geassocieerd met klachten. Door subtypebepaling toe te passen, kun je dus beter inschatten of de aanwezigheid van de parasiet Blastocystis Hominis van klinisch belang is en of verdere behandeling of aanvullende diagnostiek nodig is.
Bij een positieve bevinding van Blastocystis Hominis, wordt de subtypering test kosteloos uitgevoerd.
De verschillende subtypes:
Subtype 1 (ST1) is een van de meest voorkomende subtypes bij mensen en wordt wereldwijd aangetroffen. Hoewel het vaak wordt gevonden bij mensen zónder darmklachten, kán dit subtype ook klachten geven zoals diarree en buikpijn. ST1 komt vaker voor in ontwikkelingslanden en kan bij mensen met een verzwakt immuunsysteem uitgesproken klachten veroorzaken.
Subtype 3 (ST3) is het meest dominante subtype bij mensen en wordt in veel studies als het minst ziekteverwekkend beschouwd. Dit betekent echter niet dat het volledig onschuldig is; sommige mensen met ST3 rapporteren darmsymptomen, vooral als er sprake is van onderliggende maag- darm problematiek. ST3 wordt echter ook vaak geassocieerd met een stabiele darmflora en lijkt een natuurlijke bewoner te zijn in de menselijke darm.
Subtype 4 (ST4) is zeldzamer dan ST1 en ST3. In Europa en Azië wordt ST4 vaker geïdentificeerd en is het in meerdere studies geassocieerd met symptomen zoals diarree, buikpijn en vermoeidheid. In tegenstelling tot ST3 lijkt ST4 dus vaker klachten te geven, waardoor subtypebepaling bij patiënten met onverklaarde gastro-intestinale klachten aan te raden is.
Naast ST1, ST3 en ST4 zijn er nog andere subtypes die minder vaak worden gerapporteerd bij mensen. Deze subtypes worden niet bepaald in de aanvullende test.
• Subtype 2 (ST2): Meestal asymptomatisch, maar incidenteel geassocieerd met diarree.
• Subtype 5 (ST5): Meer voorkomend bij dieren, zoals varkens, maar soms ook bij mensen geïdentificeerd, met een mogelijke link naar diarree.
• Subtype 6 (ST6) en subtype 7 (ST7): Vooral aangetroffen bij vogels en minder vaak bij mensen; de klinische relevantie is nog onduidelijk.
• Subtype 8 (ST8): Zeldzaam bij mensen en voornamelijk geïdentificeerd bij primaten.
• Subtype 9 (ST9): Zeldzaam, weinig data beschikbaar over de klinische betekenis.